Arjan916.nl - Race foto's

2010 LeMans 24h race

Eén van drama’s en hoogtepunten.

 

Het is zaterdagmiddag 5 juni 2010. Samen met vriend Rob maak ik de gecharterde camper klaar voor onze jaarlijkse trip naar de geliefde Franse plaats. Nadat we voldoende drinkwater hebben ingeladen en de gasfles hebben gevuld besluiten we er ook nog een goede wasbeurt tegenaan te gooien zodat we dit jaar in een schone camper kunnen arriveren.  Niet dat ie schoon blijft tijdens onze week verblijf, maar wel om eens schoon te kunnen beginnen. 

Dinsdagavond zijn de spullen ingeladen en woensdagochtend vertrekken Rob, Rosanne en ondergetekende naar het zonnige zuiden. De reis verloopt voorspoedig, en volgens vertrouwd recept, een vers bakkie koffie onderweg met de meegenomen espressopomp, een tankbeurt en nodige verhalen. Na enkele uren naderen we Parijs. Ondertussen heeft de zon zich verscholen achter een grijze lappendeken en valt er af toe wat lichte motregen. Het blijkt een voorbode van de aanstaande belevenissen.

Opeens vliegen kopjes, pannen, bekers, bestek en aanverwant keukengerei door de camper en heeft het toilet zich verplaatst van achterin de camper tot halverwege.

Een kreet, glasgerinkel en stilte volgen.

We kijken elkaar aan en enkele tellen later staan we met beide benen op de Parijse peripherique, gelukkig alle drie op eigen gelegenheid eruit gekomen. Een adrenalineshot volgt als onze voorligger en veroorzaker van de ellende aanstalte maakt om te vertrekken. Nadat onze non verbale bewegingen hem duidelijk zijn geworden kiest hij eieren voor z’n geld en buigt hij zich over zijn gewonde vriendin.

Wat gebeurde er? Op de ter plekke vier banen brede snelweg vormde zich op de twee rechtse banen een file voor een aangekondigde splitsing van de snelweg. Onze voorligger besloot om op de derde baan voorbij de file te rijden en op het laatste moment in te voegen, maar vergat daarbij gemakshalve dat er nog meer verkeer aanwezig is en dat wel gewoon doorrijdt terwijl hij een noodstop maakt om in de voegen in de file. Rob was in staat om de camper tijdig tot stilstand te brengen op z’n 2 meter achter hem, maar de vrachtwagen die achter ons reed lukte dat niet en boorde zich al slippend achterin onze camper met alle gevolgen van dien. Wij werden hierdoor naar voor gekatapulteerd en gaven zo onze voorligger een enorme impact van achter mee. Die kwam 30meter verder weer tot stilstand, een flinke wiplash en totall-los auto rijker.

Nadat alle hulpdiensten waren gealarmeerd kwam ik erachter dat in een gat in m’n hoofd had opgelopen en met de ambulance mee ‘mocht’ naar het ziekenhuis. Fijn.

De eerste kennismaking met de Fransen van deze trip was niet positief, de tweede gelukkig al iets beter en de derde was prima. De tweede was een getuige die het schouwspel vanuit de file zag gebeuren en erg waardevol bleek bij de politieverklaring die Rob af mocht leggen. De derde was de dienstdoende arts die mijn hoofd bewerkte met naald en draad, een leeftijdsgenoot die in Nederland had gestudeerd en daarvan nog leuke details wist te melden. Helaas waren dat de enige positieve ervaringen voor de komende dagen met alle Fransozen die mijn pad zouden passeren. Een taxirit naar de sloperij alwaar men de camper had gedumpt, een taxirit naar de standplaats van de vervangende auto, een parkeerplek, een hotel, het waren stuk voor regelrechte drama’s in het centrum van Parijs. Ik kan er een boek over schrijven, maar er was werkelijk niets positiefs over op te merken. Hoewel, een warme maaltijd kun je ook om middernacht vinden in een metropool, en dat ging er prima in als je vanaf het middaguur op een houtje bijt.

 

Donderdagochtend, een ontbijt en bakkie koffie deed ons ontwaken en temeer beseffen dat we in Frankrijk stonden, maar niet op de plek waar we allen zo naar verlangden. LeMans was voor R&R ver weg, te ver weg zelfs. Na heftig crisisberaad rolde de conclusie eruit; zij keerden terug naar ons vaderlandje en ik vervolg m’n weg met de TGV. Een selectie van mee te nemen spullen had ik snel gemaakt, een koffer, een tent en slaapzak, dat kon ik meenemen als ik me per trein moest verplaatsen.

De TGV rit verliep zowaar volgens schema en bijzonder voorspoedig. Het Franse landschap zoefde met snelheden tot zo’n driehonderd kilometer per uur langs mee heen. De zon vrolijk schijnend, nog wel.

Negenenvijftig minuten later stapte ik bij de eerste halte uit; LeMans centrum.

Intussen was de lucht betrokken en vormden zich donkere koppen op de wolken.

De locale nieuwe metrolijn brengt me vervolgens tot op een afstand van zo’n 1,5kilometer vanaf het circuit. Enkele telefoontjes naar al aanwezige andere racefans volgden.

Zo blij als een kind om eindelijk weer leuke mensen te ontmoeten en plezier te beleven accepteerde ik vrolijk de hoosbui die intussen was losgebarsten.

Even later arriveerde Patrick, van Drinking for Holland, en heette me welkom en deed verhaal van de situatie ter plekke. De overige leden van het DfH team wachtten bij aankomst in spanning m’n reiservaringen af, maar niet nadat ik eerst vriendelijk werd verzocht te toasten met het welbekende gele gerstensap. En wat blijkt, enkele van hen stonden in de file die zich achter ons ongeluk had gevormd en hadden ons zien staan. Het verhaal werd aangehoord en ik werd aangespoord om toch nog een extra geel sapje te nuttigen.

Wat een contrast, de Fransozen die je op bijna alle mogelijke manieren een oor aan proberen te naaien of een groep racefans die zelfs een tent, slaapmat en slaapzak voor een mede racefan regelen en klaarzetten, zonder dat het vooraf was gevraagd of afgesproken, spontaan.

Vrienden voor het leven, waar zou dat vandaan komen?

Gelukkig verdween de regen en kon ik ’s middags en ‘s avonds genieten van mijn eerste trainingen. Eindelijk vulde racegeluiden m’n hoofd, en kon ik me concentreren op datgene waar ik voor kwam; racen kijken.

Behalve de actie op de baan te volgen had ik me tot doel gesteld vele mooie foto’s te maken en had ik me enkele maanden ervoor een mooie camera en zeer goede lens cadeau gedaan.

Tijdens de namiddag trainingen liep ik fotograaf Martin (‘Banaan’) tegen het lijf die op weg was naar een door volledig legertje Nederlands bezette baanpost en een compleet baanvak bewaakten. Gezamenlijk liepen we naar de Nederlandse broeders en na even geduldig afgewacht te hebben volgde een aangename kennismaking. De mogelijkheid lag open voor me om actiefoto’s te maken van de voorbijrazende monsters, zolang ik in hun buurt bleef.

Dat was uiteraard niet tegen dovemans oren gezegd!

De tijd vloog voorbij en was de trainingssessie alweer afgelopen, gelukkig volgde er nog een avondsessie.

Nadat de nachtelijke training was afgelopen werden m’n foto’s door enkele DfH leden gewaardeerd en afgesproken dat ik deze zou delen en de bijzondere DfH momenten kon vastleggen.

Een feestelijke gebeurtenis als deze eerste training, daar moest op gedronken worden volgens het DfH principe, ook de buren werden er dus bij betrokken.

Het bleef die nacht nog lang onrustig.

 

Een gebakken ei met spek als ontbijt, niet alleen bij de Engelse buren, maar ook bij de DfH stand. Een heerlijk begin van de vrijdag.

De gebruikelijke wandeling door de pitstraat op vrijdag was ook dit jaar een aangenaam weerzien met enkele bekenden. Zo kwam ik al snel de fotografen Robert (Maas) en Martin tegen. Zij stonden een babbeltje te maken met één van Nederlands beste endurance rijders Peter Kox, die zowaar door Martin al op de hoogte was gebracht van mijn ‘soepeltjes’ verlopen reis. Peter kon het wel waarderen dat ik alsnog gekomen was en schudde me stevig de hand.

Halverwege de middag was de afspraak dat de complete DfH afvaardiging aanwezig zou zijn voor de fanshop van het Spyker Squadran team waar Coronel zijn jubileumtaarten mocht aansnijden. De taarten werden samen met een Hollandse kop koffie onder toeziend oog van beide andere rijders Jeroen Bleekemolen en Peter Dumbreck verdeeld onder de aanwezigen. Een officieel fotomoment volgde, compleet met pers en tv crews.

Nu had ik vooraf bij de DfH boys al aangegeven dat ik me vrijdagmiddag bij twee andere vrienden zou voegen die dan zouden arriveren, zodoende kwam er voor mij na ruim één dag al een einde aan een DfH ervaring die me nog lang zal heugen, bijzonder positief.

 

Zaterdagochtend, de heerlijke maaltijd van vrijdagavond die Lasloo had klaargemaakt was alweer verteerd, dus moest de maag worden aangevuld met een ontbijtje op de zaterdagmorgen. De oplossing was even simpel als aangenaam, hij haalde verse stokbroden en brood om de eerste racedag mee te starten.

De geluiden van de eerste vrije trainingen vervulden het luchtruim toen wij ons bakkie koffie naar binnen goten, wat een heerlijke wekker is zo’n combi toch.

Het aanvalsplan voor het raceweekend werd gemaakt; Lasloo en Robert gingen gezamenlijk op pad en zouden zich verschansen op de voor hen ruim 30 jaar vertrouwde tribuneplaats en ik trek ten strijde met camera naar allerlei plekken langs de baan. De start wilde ik echter ook vanaf de tribune beleven, dus regelmatig verplaatsen, danwel continue aan de wandel, was een vanzelfsprekendheid. Om het geheel te vereenvoudigen boodt Lasloo me aan zijn motorscooter te gebruiken. Gelukkig had ik m’n (motor)rijbewijs bij me en kon ik gaandeweg de race vorderde ook snel achterop het circuit komen en daar foto’s maken.

De startprocedure bood het jaarlijks kippenvelmoment nadat de volksliederen gespeeld waren en de auto’s zigzaggend de opwarmronde begonnen.

Vanuit de hoogste zitpositie op de volle hoofdtribune was het opnieuw een prachtig schouwspel toen het hele veld onder aanvoering van de safety car aan kwam rollen vanuit de Porsche bochten. Het reuzenrad passerend, de chicanes nemend en om drie uur locale tijd werd de start/finish lijn gepasseerd; de race was onderweg.

Al in de eerste paar rondes waren er teams die de pits op moesten zoeken en enkele er zelfs al de brui aan moesten geven, 24uur racen is lang.

De baanpostbezetting is daar ook op ingespeeld en heeft een ploegendienst, gelukkig was ik op de hoogte gesteld van hun schema en mocht ik me tijdens hun dienst me melden om zodoende de gelegenheid te hebben vanachter de bandenstapels te fotograferen, in plaats van achter een hoog veiligheidshek. Onder het genot van een Hollandse kop koffie en zicht op de Dunlopbrug genoten we van de race. De zonsondergang diende zich aan, een uitgelezen fotomoment om bovenop de actie te staan in de chicane voor de Dunlopbrug. Enkele schitterende, maar ook minder fraaie, foto’s later verdween de zon en kwam er ook een einde aan de Nederlandse baanpostbezetting voor deze dienst.

De nachtelijke uren vormen een absoluut één van de charmes van het spektakel, en ook dit jaar leverde het weer vele fraaie momenten op, zowel door de lens als op het netvlies.

De tribunes liepen leeg, de baanvakken verlaten van fans en de velden vulden zich met slaperige fans die zich in een tentje of camper rolden. Echter niet voor mij, uiteraard had ik een dipje, maar een dosis luide racegeluiden gehoord vanaf een tribune deden me opleven, tot een uur vier, waarna ik ook m’n mandje op ging zoeken, voor even dan.

 

De zon was inmiddels te voorschijn gekomen en toverde samen met het afwisselende geluid van de racewagens een tevreden glimlach op m’n mond, een nieuwe racedag lag voor me.

Tijdens het ontbijt met Lasloo en Robert werden de ervaringen gedeeld en onze visie’s op de race besproken, over één ding waren we het eens, de kans is bijna honderd procent dat ook dit jaar een diesel de race gaat winnen. Het stofzuigertijdperk is definitief aangebroken. De gillende Astons met d’r benzinegestookte V12’s kwamen er wederom niet aan te pas, hoe fraai ze dan ook zijn.

In de GT klasses was het anders, gelukkig.

Geen diesels daar, maar donker roffelende Corvettes, krijsende Porsches en jankende Ferrari’s maakten de dienst uit.

Helaas, geen Spyker aan het front, die was door pech ver in het achterveld te vinden. Desondanks gloorde er nog hoop voor ze om te finishen en niet als troosteloos object in een pitbox de strijd te moeten staken, ze reden nog!

Ik liep naar de baan, schoot een verzameling foto’s en realiseerde me dat ik nog niet ‘achterop’ het circuit was geweest tijdens de race en liep terug naar de heren. Ik wilde ze m’n resultaten laten zien van de afgelopen uren, maar kreeg een zwart beeld op mijn camera display. Geen paniek, nieuwe kaart erin en thuis uitzoeken wat er aan de hand was.

Tijd voor actie, ik deed de Harley pothelm van Lasloo op en sprong op de motor op weg naar de snelste stukken van de baan, Indianapolis, Mulsanne en Arnage.

De gendarmerie had kennelijk een goede dag en liet me overal doorrijden, zodoende kon ik op fotogenieke plekken komen, iets wat lopend vanaf de camping een moeilijke zo niet onmogelijke opgave is.

Ook de publieksvriendelijke aarde wallen bij Arnage boden een goed zicht op de chicane en de uitstapjes die enkele rijders daar maakten.

Evenals een vriendelijke racefan aan de buitenkant bij Mulsanne corner die me toestond vanaf zijn camperdak over het hek heen te fotograferen.

De ochtend was alweer voorbij en iedereen maakte zich op voor het sluitstuk van deze 24uur.

De Peugeots presteerde het om, ondanks hun snellere bolide dan de Audi’s, de aansluiting met de top de verliezen, door pech en strategisch falen.

Het werd tijd om de tribuneplek warm te gaan houden, de finish lag in het verschiet en die wilde ik vanuit een hoge zetel meemaken.

Goud, zo’n stekkie bij start/finish op de bovenste rang van de hoofdtribune.

Tegen drieën doemden de lichten op van drie Audi’s op het rechte stukje tussen de Porsche bochten en het reuzenrad, nog slechts één ronde en dan zat de race erop. Minuten later kwamen ze opnieuw aan, nu een hele rits auto’s achter zich aan rijdend, tussen de baanmarshals door, die wuivend met alle mogelijke vlaggen ze begeleidde naar de laatste bocht. Gebroederlijk passeerden ze de finish, gejuich, high fives, champagne en kippenvel. Emoties.

Een podiumceremonie met glitters, glamour en champagne volgde.

Ik schoot nog wat plaatjes en liep met Lasloo en Robert terug naar ‘ons’ stekkie voor een maaltijd.

We laadden de spullen in de bus, en waren getuige van de grote uittocht die ontstond.

Dat verliep zowaar zonder de gebruikelijke Franse chaos, want nadat wij onze maaltijd hadden verorberd was de weg alweer leeg en konden wij vertrekken zonder in de file te hoeven staan.

 

Au revoir.

 

Aangezien de oorspronkelijke planning nogal danig in de war was geschopt door een plotseling remmende Fransoos, kreeg ik het aanbod van Lasloo om tot en met dinsdag in zijn huis te verblijven in Noord-Frankrijk. Dinsdagochtend kwam Roberts collega daar langs om Roberts personenauto om te ruilen voor de Le Mans bus waar we tijdens te race in verbleven. Zodoende kon ik dinsdag weer richting mijn eigen stekkie.

Eenmaal thuis aangekomen wachtte me de grootste teleurstelling.

De geheugenkaart die zwart beeld te zien gaf liet ook op de pc geen teken van leven zien.

De gifbeker met pech was dus nog niet leeg. Al snel werd duidelijk dat ik dit probleem niet zelf op kon lossen en dat er professionals aan de slag moesten.

Diverse pogingen met allerhande software, vele mensen, diverse bedrijven en lange tijd later, werd me duidelijk dat de pechduivel inderdaad nooit alleen komt en altijd zijn broertjes meeneemt. Na het ongeluk op de heenweg, het ziekenhuisbezoek, de Parijse chaos en nu dit.

De hoop op herstel had ik intussen helemaal opgegeven en was volledig vervlogen door het falen van allerhande pogingen tot herstel. De geheugenkaart is niet meer. Een nieuwe heeft z’n plek ingenomen, maar de verloren gegane dierbare pixels zijn vervlogen, voor altijd.

Er rest me een schrale troost volgens een titelsong van een favoriete band; the memory remains.

 

Een nawoord waarin ik allereerst een aantal mensen in volkomen willekeurige volgorde heel hartelijk wil bedanken zijn; Martin (Banaan), alle DfH leden met in het bijzonder Patrick voor de ‘opvang’, Lasloo, Robert, ‘chef Patrick’ en zijn mensen. En een dank plus troostwoord voor m’n oorspronkelijke reisgenoten Rob en Rosanne, volgend jaar hebben we een herkansing, de campingkaartjes voor Maison Blanche zijn alvast geregeld.

Het was wederom een onvergetelijk avontuur met dit keer een bijzonder onverwacht verloop, die ik intens heb beleefd, maar des te groter is de teleurstelling dat ik er weinig tot geen visuele herinneringen aan over heb kunnen houden.

Wég zijn de plaatjes tijdens de DfH feestnacht, wég het fotomoment bij de Spyker viering. En het ergste van alles, wég de foto’s die ik schoot langs de baan bij de Dunlopbrug. Die met fraaie belichting tijdens de zonsondergang, de crashende LMP2 auto die op me af kwam stormen, terwijl er geen enkele andere fotograaf stond, wég zijn de nachtelijke shots met de kersenrode remschijven.

Een dure leermeester, te meer daar Martin me diverse malen aanbood om bij hem te back-uppen, wat door samenlopende omstandigheden er niet van kwam.

Bij thuiskomst volgde de duurste les; de camera heeft de mogelijkheid om op twee kaarten tegelijkertijd op te slaan, sinds die ontdekking gebruik ik twee geheugenkaarten…

Ik hou me vast aan één troost en hoop; 2011 een herkansing, hopelijk met veel dezelfde mensen, behalve één Fransoos . . .

 

Arjan