Arjan916.nl - Race foto's

2015 LeMans 24h

Weekend van testdag.

Net na de klok van drie uur, ’s nachts, klopt Martin aan m’n voordeur. Wat koffie en een babbel verder leggen we mijn bagage in de auto en zetten koers naar La Sarthe. Deze keer met een praktische sportswagon om alvast bagage mee te kunnen nemen die ik een week later nodig heb, maar we er dan geen ruimte voor hebben. Bovendien is de kans groot dat we een bijzondere gast meenemen op de terugweg. Een voorspoedige reis en wat uren later overvalt ons beide het gevoel van thuiskomen, maar dan anders, want na zoveel jaren voelt het wel om aan te komen in de omgeving van het beroemde circuit. En als we de poort van Les24h passeren en onder de baan door naar de parkeerplaats rijden is het alsof we niet weggeweest zijn. Heerlijk om er weer te zijn. LeMans, circuit des 24h.

De zaterdag benutten we om eens rond te struinen in pits en paddock, wat foto’s te maken, oude bekenden de hand te schudden en vooral te genieten nu het nog rustig is. Het jaarlijks ritueel op de startgrid voor de persfoto’s met alle deelnemende auto’s is opnieuw een leuk schouwspel, iedere achter zichzelf aan rennende camerabediener doet zijn best om hetzelfde plaatje te maken. Daar probeer ik ook aan mee te doen, maar in het gedrang besluit ik wat anders te gaan maken. Want door de achtervleugel van de zusterauto bezien, levert de door Ben Bowlby buitenissig vormgegeven Nissan, een bijzonder aanzicht op. Zeker in een aangename blauw wit rode kleurstelling, waar anderen zich beperken tot het niet meer zijn dan een grijze muis met een startnummer. Nog een opvallende trendbreuk ten opzichte van voorgaande jaren is de eensgezindheid van de LMP1 ontwerpers over de stompe neuzen, het doet me denken aan oudere LM900 creaties waarbij er gevoelsmatig een flatgebouw op je afkomt in plaats van een rank gevormde sportscar, bijzonder.

Na een immer vriendelijk weerzien van onze Franse gastheer en zijn overnachtadres voor ons, besluiten we op tijd te gaan slapen. Zondag zal een lange dag worden. Bij aankomst op het circuit eenzelfde vertrouwde ritueel van kaartje scannen, een bonjour hier en daar, en het onvermijdelijke bakkie koffie. De auto’s worden gestart en weg zijn ze voor de eerste testrondjes op het 13,6km vermaarde circuit.
De lucht betrekt, het waterige zonnetje verdwenen en regendruppels vallen en de snelste tijden niet meer verbeterd worden, als het Porsche lukt bovenaan de tijdentabellen te staan. En om in hun tweede jaar na terugkomst in de snelste categorie, daadwerkelijk de snelste te zijn en de jarenlang soevereine Audi’s af te troeven.

Rond lunchtijd besluit ik om in de auto te stappen en bij Arnage te gaan kijken. De auto’s op je af zien komen vanuit de spray over het lange Mulsanne-straight, het uitaccelereren en vervolgens volgas opschakelen verdwijnend richting Indianapolis. Kortom, ik sta te genieten en probeer met wat eenvoudige foto’s en filmpjes deze bijzondere momenten op te slaan.

Eenmaal terug in paddock loop ik een aantal coureurs tegen het lijf waarmee je net iets meer babbel hebt. Zo is er de altijd goedlachse privateer Mark Patterson. Ongeacht op welk circuit ik hem ook tegen kom, telkens loopt hij rond met een lach en is hij enthousiast als we elkaar weer zien. Of maakt hij een karikatuur van toegesneld publiek. Of is er de boomlange Tracey Krohn met zijn beduidend jongere levensgezellin en beide in immer felgroene outfit. En het kikkergroen houdt niet op bij haar jurkje, zowel de tenues van het team als de auto zijn een frisse verschijning.

En natuurlijk zijn er de Nederlanders. Alhoewel ‘we’ dit jaar met slechts een kleine afvaardiging in het rennerskwartier aanwezig zijn, zullen de plaatsen rondom het circuit weer goed gevuld zijn met Laaglanders. Een van de rijders, Jeroen Bleekemolen, heeft extra mijn aandacht. Niet alleen rijdt hij in een markante GT, een Viper GTS, maar hij heeft zaterdag met zijn teamgenoten nog wat raceverplichtingen afgewikkeld in de VS en ze zijn zowaar op zondag alweer present tijdens de officiële testdag. Een prestatie op zich, met als prettige bijkomstigheid dat hij ons ‘s avonds gezelschap hield op de weg terug naar Nederland.

 

Raceweek.

Een kleine week later, opnieuw vroeg in de morgen dat er een lage schim de parkeerplaats bij me opdraait. En weer staat Martin op de stoep, dit keer vertrekken we voor een ruime week, en opnieuw is het La Sarthe circuit het doel van de reis. Hoewel we er dit keer niet direct heen rijden, de eerste twee dagen brengen we in Le Mans Centre door voor het jaarlijkse schouwspel van keuringen van auto’s en rijders. Het is een show die uit traditie is voortgekomen om het locale volk op eenvoudige wijze kennis te laten maken het racefestijn in hun stad. Maar wat zou een evenement als dit zijn zonder historie en tradities, niets. De oubollig overkomende meetlintjes, waterpassen en houten blokjes ten spijt, de auto’s moeten er net zo goed aan voldoen als aan de ingewikkelder keuringen bij scrutineering op het circuit.

We arriveren ruim op tijd in de parkeergarage en komen kort daarop Robbert tegen die er alweer eventjes rondloopt en ook wel trek heeft in een broodje en koffie. Maar niet voordat hij ons confronteerde met het locale fenomeen; een nogal nadrukkelijk aanwezige dame die alle coureurs toeschreeuwt, in het bijzonder de Franse, en uitvoerig gesprekken met hen aan wil gaan, een handtekening en foto wil, en daarmee extra aandacht weet te trekken van passerende fotografen.

De auto’s, rijders en teamleden komen en gaan. De een wat nadrukkelijker aanwezig dan de ander. De publiekslievelingen zijn vooral de ‘grote’ LMP1 mannen en Le Mans veteranen, ware iconen. En waar de Formule 1 verworden is tot een voor publiek afgeschermde wereld, zo lopen de ex-F1 rijders nu tussen het publiek naar hun plaats. Niet dat bijvoorbeeld Webber zich heel snel kan verplaatsen, daarvoor zijn er teveel enthousiaste handtekeningjagers en mensen die met hem op de foto willen. Om naar maar niet te spreken over acteur en coureur Dempsey waar een cordon beveiliging omheen loopt om hem over het plein te loodsen. Zodra de heren zich op het binnenterrein begeven is er gelukkig nog een moment van rust en kun je ze aanspreken en foto’s nemen. Of heb even geduld als Radio Le Mans een interview afneemt en je F1 rijder Nico Hulkenberg of de slungelige Brendon Hartley in relax-pose wilt fotograferen. En als de voltallige groep van Nissan rijders hun helmen op een tafel neerzet besluit ik hiermee iets te doen. Haal wat storende objecten er tussenuit, pak een stoel en schiet een plaat recht van boven. Prompt volgen er meer mijn voorbeeld, en voordat ik er erg in heb haalt Robbert wat helmen weg, want zo leert hij me, dan blijft jou foto uniek. Ik geniet meer van deze momenten dan het zoveelste plaatje van alle statisch opgestelde teamleden en rijders rondom een auto. Beide keuringsdagen vliegen voorbij we vermaken ons prima.

Op dinsdag dolen we wat rond in de pitstraat en paddock. Naast de gebruikelijke pitstoepoefeningen, interviews en ander geneuzel is er niet veel actie. Prima moment dus om bijvoorbeeld een rijder of anders drukbezet teamlid te spreken, er is geen haast en men neemt de tijd.

De woensdag staat in het teken van de eerste vrije trainingen. Er begint zich wat spanning op te bouwen, want hoe goed is die auto gebouwd, en hoe fit en snel is de coureur in kwestie nou eigenlijk, gas erop. Helaas kwam de eerder gememoreerde Patterson niet ongeschonden uit de eerste trainingen, een flinke klap rijker en met beschadigde bolide werden beide in de pits teruggebracht. Na de eerste avondsessie van deze editie stond Porsche bovenaan de chronolijsten, volgen de Audi’s hun stalgenoten en zijn de Toyota’s niet in staat om het tempo bij te benen. Om nog maar niet te spreken over het debuut van de voorwielaangedreven Nissans die grote moeite hebben met het tempo van de LMP2 auto’s.

Donderdag arriveren er traditiegetrouw vele landgenoten, zo ook een groep vrienden waarmee we ons vertrouwde bivak opslaan op camping Maison Blanche, deze keer naast de driftcirkel, leuk. En op de baan staan er opnieuw training en kwalificatiesessies gepland. Ook deze sessies zijn niet voor alle deelnemers een succes. Zo komt Jan Magnussen hard in aanraking met een muur en schrijft hij de Corvette volledig af. Kruipt gelukkig zonder verwondingen uit het wrak, en zal naar later duidelijk wordt, het gehele weekend niet meer rijden. Aan het einde van de sessie kan de balans opgemaakt worden en bovenaan prijken fier de drie LMP1 Porsches gevolgd door de Audi’s en beide Toyota’s, de Nissans komen met seconden achterstand in het stuk niet voor. En de woorden van Jeroen bleken bewaarheid te worden voor de GT’s wagens, de Astons zijn het snelst, hoewel zijn Viper er niet heel veel voor onder hoeft te doen. Aan het einde van de sessie breekt er een noodweer uit en moeten we ’s nachts moeite doen om onze tenten overeind te houden. 

Wat ik me van donderdag nog lang zal blijven herinneren is een bijzondere ontmoeting. Het is opnieuw een hete dag als Martin en ik naar hotel de France afzakken voor een bijzondere afspraak. Aangekomen op deze voor Le Mans historie interessante en belangrijke plaats is een Le Mans held met zijn familie neergestreken en mogen wij aanschuiven bij een voortreffelijke lunch. Niet alleen Derek Bell heet ons welkom, ook zijn ex-racende zoon Justin met aanhang is present, alsmede Derek’s trouwe monteur tijdens zijn racecarriere. Plus de ceo van Gulf Oil, van waaruit de lunch georganiseerd werd. En tijdens het aanschuiven van de stoelen neemt er nog een goede bekende plaats aan onze tafel, gentlemen rijder Goethe en eigenaar van de meer dan fantastische Rofgo collectie. Het werd een heerlijke lunch met schitterende verhalen en anekdotes.

Zaterdag, opnieuw een memorabele dag. Niet alleen de start van de 24h race, maar voorafgaand daaraan is er een parade, en niet zomaar eentje. Vanuit allerlei uithoeken is er een parade georganiseerd met McLaren F1’s waarbij de winnende ’95 auto opnieuw over de baan zal rijden en de drie ’95 overall winnaars, Lehto, Sekiya, Dalmas, erbij zullen zijn. Zo zijn er de naast deze Ueno Clinic, de gele Harrods F1 die als 3e over de streep kwam, de bijzonder beschilderde Art Car F1, de Gulf F1 in short en longtail uitvoering. Dit alles ter gelegenheid van 20jarig jubileum van deze historische McLaren overwinning, aangevuld met het huidige McLaren topmodel; P1 en P1 GTR. Na afloop sprak ik de heren over het gastoptreden, en allemaal waren ze nog steeds onder de indruk van deze al 20 jaar oude topwagen. Ex F1 rijder Lehto mijmerde hardop over details van de auto, wat ik maar al te graag aanhoorde, evenals vriend en McLaren bewaker Pani. Dat het gesprek met Sekya door zijn beperkte Engels wat aan de korte kant was, mocht de pret niet drukken. Terloops schoot Derek Bell me nog aan om elkaar ook hier tegen te komen en dat ook hij had genoten van het moment twee dagen ervoor. Hoewel de verzameling F1’s me het kwijl uit de mond deed lopen, drong de start van de race zich op. Tijd om afscheid te nemen, van deze bijzondere auto’s en het o zo prettige gezelschap om in te verkeren. Afscheid nemen doet pijn, altijd, deze in ‘t bijzonder.

Van onderuit de Esses, de bochtencombinatie naar de wereldberoemde Dunlopbrug, is er een prima zicht op het dringen in de eerste bochten na de start. De drie Porsches waren al snel het aaneengesloten treintje van drie kwijt en deed Audi alles om ertussen te rijden. Het is geen topplek om vanachter een hek foto’s te maken, maar wel mooi het gevecht tussen deze kampen te zien, de andere kant van de baan leverde iets fraaiere plaatjes op. Tijd om terug te lopen naar de camping en met elkaar te genieten van een heerlijke BBQ, sterke verhalen op te hangen en aan te horen over wat we allemaal al hebben gezien, gehoord en meegemaakt. En voordat we het door hebben begint het te schemeren, de nacht treed in. En de racegeluiden stoppen niet, de 24h stopt niet, voor niets, voor niemand, totdat ze voorbij zijn en hooguit onderbroken door een safety car of locale slow-zone.

Na een korte nachtrust zie ik de ochtendgloren verschijnen, maar helaas, dit keer geen rood gekleurde hemel voor fantastische shots. Een wat anonieme zonsopkomst. Ik besluit om een Amerikaanse bak koffie te doen en zie vanuit de Vette box hoe hun overgebleven auto een pitstop maakt en weer goed op pad gaat naar wat later blijkt een klasse overwinning, fraai. Eenmaal ontdooit en wandelend door paddock tref ik Jeroen en hoor hem aan hoe de Viper door technisch malheur een goede positie op heeft moeten geven, maar dat ze vastberaden zijn te finishen, ik wens hem succes en weg is hij, voor een volgende stint. De strijd op de baan is vooraan het veld wat gekalmeerd, het is niet meer de rode of zwarte Porsche, maar de witte, de underdog. Als om drie uur het zwart wit geblokt valt is het deze door rookies bezette wagen die de meeste ronden heeft afgelegd. Na lange tijd weer een Porsche overall winnaar, met onder andere een F1 rijder en andere debutant aan het stuur. En zoals het echte rookies betaamt wijk je, ietsje, af van het protocol. Want bij het inrijden van de pitstraat stoppen ze niet aan uiteinde bij verzamelde pers, maar al halverwege, precies voor mijn neus, waardoor er met dank aan mijn kleine camera toch nog beeldmateriaal is van de eerste felicitaties tussen de rijders, vanuit de cockpit.

 

Op naar een volgende uitgave, met wederom een editie achter de rug om niet te vergeten.